De onzekerheid over de toekomst van Sif is verder opgelopen. Concreet uitzicht op een verlossende kapitaalinjectie voor de funderingsspecialist ontbreekt en ook duidelijkheid over een cruciale mega-order is er nog niet. Beleggers verkeren intussen tussen hoop en vrees over de levensvatbaarheid van het bedrijf.
De beide fabrieken van Sif in Roermond en op de Tweede Maasvlakte in Rotterdam mogen dan eindelijk op het gewenste tempo draaien, financieel komt de funderingsbouwer voor offshorewindparken verder in het nauw. In zijn kwartaalupdate waarschuwt het bedrijf onomwonden dat een ‘materiële onzekerheid’ bestaat over zijn vermogen om de activiteiten de komende twaalf maanden voort te zetten.
Dat gaat een stapje verder dan bij de halfjaarcijfers eind juli. Toen sprak Sif nog over een ‘potentiële materiële onzekerheid’. De onderneming was voor haar voortbestaan afhankelijk geworden van nieuwe financiering, een beheersbaar werkkapitaal en de doorgang van een grote order van 190 kiloton voor een windpark in de Noordzee. Het kleine voorbehoud van drie maanden geleden haalt topman Koen Bogers er bij zijn eerste cijferpresentatie als eindverantwoordelijke man van af.
De mega-order moet de productiehallen in Roermond en op de Maasvlakte in 2027 aan het werk houden. Sif onderhandelt al maanden exclusief met de opdrachtgever, maar het definitieve contract is nog altijd niet getekend. Bogers verwacht nog altijd dat de productie halverwege 2027 van start kan.
Sif heeft een kapitaalstorting nodig om de tussenliggende periode te overbruggen. Die gesprekken over een financiële levenslijn zijn al maanden gaande. Aanvankelijk beperkten die zich tot overleg met de grootaandeelhouder Egeria - de private equityfirma bracht Sif in 2016 naar de beurs en houdt momenteel 49,2 procent van de aandelen - en leningverstrekkers.
Nu noemt ceo Bogers ook nadrukkelijk ‘andere stakeholders en de Nederlandse overheid en haar instanties’ als overlegpartners. Een bindende overeenkomst is er nog niet. Banken knepen wel al een oogje dicht. Zij gaven Sif wat lucht door een aflossing van 6,7 miljoen euro, die eind september moest plaatsvinden, tijdelijk uit te stellen. Zolang als de onderhandelingen lopen, mag Sif niet tappen uit de ongebruikte kredietfaciliteit van 50 miljoen euro. Volgens Bogers zijn er ‘nog altijd mogelijkheden om in goed overleg tot een oplossing te komen waarmee de kortetermijnfinanciering kan worden veiliggesteld’. Daarnaast onderzoekt het bestuur samen met adviseurs ‘strategische opties’ en praat het met meerdere partijen. Wat daar precies onder valt, maakte Bogers niet bekend.
Structurele oplossing
De financiële bewegingsruimte is kleiner dan de kwartaalcijfers op het eerste gezicht suggereren. Eind september had Sif 35 miljoen euro in kas, tegenover slechts zeven miljoen eind juni. Ook voldoet het bedrijf weer wat ruimer aan zijn bankconvenanten. De solvabiliteit bedraagt bijna 38 procent en de schuldratio - die de verhouding tussen nettoschuld en bedrijfsresultaat (ebitda) aangeeft - ligt op 0,85. De nettoschuld exclusief leaseverplichtingen is sinds eind vorig jaar wel opgelopen van een nettokaspositie van 15 miljoen euro naar bijna 39 miljoen euro schuld.
Aan alleen een tijdelijke overbruggingsfinanciering heeft Sif niet genoeg. Bogers zegt dat daarna een structurele financiële oplossing nodig is om de balans te herstellen en de periode tot de verwachte start van de mega-order te financieren. Daarbij rekent het bedrijf op het aantrekken van nieuw eigen vermogen. Ook die mededeling gaat verder dan drie maanden geleden. Alhoewel beleggers nauwelijks nog verbaasd zullen zijn door deze ontboezeming is het tekenend voor de penibele situatie waarin Sif terecht is gekomen.
Er zal veel nieuw kapitaal in het bedrijf moeten worden gestort. Volgende maand mogen aandeelhouders bepalen of zij Sif ruimte geven voor een kapitaalronde. Op 22 december vindt een buitengewone aandeelhoudersvergadering plaats waar het bestuur aan aandeelhouders toestemming vraagt om nieuwe aandelen te mogen uitgeven.
Vier keer zoveel aandelen
Het bestuur wil ‘snel kunnen handelen zodra zich een mogelijkheid voordoet nieuw eigen vermogen aan te trekken’, aldus Bogers. Hoe groot de emissie kan worden en in welke vorm die plaatsvindt, zegt Sif nog niet.
Over de maximale omvang valt al wel iets te zeggen. Sif vraagt zijn aandeelhouders namelijk om de grootst mogelijke machtiging. Het wil zoveel stukken kunnen uitgeven als de statuten toestaan, ofwel tot aan de grens van zijn maatschappelijk kapitaal. In die statuten is het maatschappelijk kapitaal verdeeld in 115 miljoen aandelen. Momenteel staan er bijna 30 miljoen uit. Het aantal aandelen op de markt kan dus zomaar keer vier gaan.
De beurskoers ging op de dag van de kwartaalcijfers ruim 20 procent omlaag tot 2,30 euro. Alleen al dit jaar staat het aandeel op een verlies van ruim 66 procent. In 2016 ging de windturbinemakers naar de beurs voor 14 euro. Sif heeft een marktwaarde van nog slechts 70 miljoen euro.
Fabriek draait wel
Het wrange is dat de operationele prestaties juist verbeteren. De nieuwe fabriek produceert ongeveer vier monopiles per week. In de eerste negen maanden kwam de productie uit op 211 kiloton, tegen 124 kiloton een jaar eerder. Het aangepaste bedrijfsresultaat (ebitda) steeg van 27 miljoen naar 68 miljoen euro. Voor heel 2026 houdt Sif bovendien vast aan de verwachting van een ebitda van 95 miljoen euro.
Die cijfers verhullen dat Sif noodgedwongen op de rem moet trappen. Vanaf het vierde kwartaal wordt één van de drie productielijnen op de Maasvlakte stilgelegd en vanaf begin volgend jaar worden ook de activiteiten in Roermond teruggeschroefd. Het personeelsbestand kromp in het derde kwartaal al met honderd arbeidsplaatsen ten opzichte van een kwartaal eerder en wordt verder verkleind. Op die manier wil Sif voorzichtig omspringen met het geld en toch proberen ervaren personeel aan zich te blijven binden totdat voldoende nieuw werk beschikbaar is.
Allesbepalend voor het lot van Sif blijft de order van 190 kiloton. Sif rekent nog altijd op productie vanaf de zomer van 2027 en verricht alvast engineeringwerk, maar de klant heeft nog geen handtekening onder het contract gezet. Volgens Bogers is het project cruciaal om de kernbezetting in beide fabrieken te behouden en 2027 financieel wat stabieler door te komen. Pas vanaf de tweede helft van 2029 verwacht Sif weer een structureel hogere vraag naar funderingen voor windparken op zee. Het probleem is nu of de onderneming financieel lang genoeg overeind kan blijven totdat er weer voldoende werk voor zijn fabrieken beschikbaar is. Voor aandeelhouders hangt aan die overbrugging inmiddels vrijwel zeker een fors prijskaartje.